Iets over cultuur- relativisme enzo.

roze bril

Iemand wees me op het artikel De valse religie van het cultuurrelativisme. Doorgaans ga ik op dergelijke artikelen niet diepgaand in. Maar in de discussie ontwikkelde zich een gedachtengang die misschien wel de moeite van het delen waard is.

Het artikel is bijzonder zwak om een aantal redenen.

Ik wil voorbij gaan aan het feit dat men cultuurrelativisme als een geloof of godsdienst omschrijft. Dat is veeleer een flauwe pinprick dan wel een argument.
Maar de definitie die het artikel van cultuurrelativisme geeft is gewoon fout. Cultuurrelativisme is niet de stelling ‘geen enkele cultuur heeft het bij het rechte eind. Of beter nog: elke cultuur heeft zijn eigen opvattingen en die opvattingen gelden uitsluitend voor die cultuur,’ maar wel de stelling dat culturen niet eenvoudigweg met elkaar vergeleken kunnen worden. Normen en waarden zijn namelijk niet universeel, maar kunnen slechts begrepen worden uit de cultuur waarin ze zijn ontstaan. Dat is niet hetzelfde. Cultuurrelativisme in die laatste betekenis, is het tegengestelde aan etnocentrisme waarbij de eigen cultuur als enige maatstaf geldt waartegenover andere culturen worden afgemeten.

Black skin, white mask
Dat de auteurs zo’n fout maken, is logisch als je in het stukje leest dat ‘de natuur zich niet met de cultuur bemoeit.’ Dat is een lachwekkende stelling: culturen zijn bij uitstek een product van de omstandigheden waarin mensen leven. Cultuur is niet, zoals zij schrijven ‘wat de mensen zelf in de loop van de tijd met elkaar gebrouwen hebben, als toevoeging aan die natuur.‘ Cultuur is manipulatie van de natuur. Dat is ook de etymologische betekenis van het woord: land- en tuinbouw zoals je het nog terugvindt in het woord agricultuur. De natuur bepaalt de cultuur. Dat zie je ook in tradities, gebruiken en culturele uitdrukkingen. Zoals kledij, aangepast aan het klimaat en dus strooien rokjes en blote borsten op eilanden in de Stille Oceaan of kledij die het hele lichaam beschermt tegen zon en wind op het Arabische schiereiland.
Je ziet het ook bij besnijdenissen bij jongens op het Arabisch schiereiland waarvoor destijds een zeer geldige medische reden bestond zoals gebrek aan water en de aanwezigheid van massaal veel zandkorrels. Of in een expansieve en agressieve cultuur van mensen die schaarste kennen, zoals de Noormannen, en dus elders op zoek moeten naar voedsel en bebouwbare grond of de quasi volstrekt pacifistische levenshouding van indianenstammen in het Amazonewoud, omringd door overvloed aan voedsel. Een aantal van die stammen voeren louter symbolische oorlogen en panikeren als ze een van de tegenstanders verwonden. Anderen hebben niet eens een woord voor vijand en het dichtstbijzijnde synoniem is ‘vriend die je nog niet kent’.
De natuur heeft dus een zeer duidelijke impact op de cultuur. Die laatste is er namelijk de rechtstreekse uitvloeiing van. Het verklaart ook waarom Europa tijdens de kleine ijstijd en de voedselschaarste precies in die periode aan de basis lag van de kolonisatie. Niet vanuit enigerlei superioriteit of culturele predeterminatie maar gedwongen door natuurlijke schaarste die ook onze onderlinge oorlogen deels verklaart.
Dat hebben de auteurs duidelijk niet begrepen. Als ze cultuur louter beschouwen als ‘het resultaat van toevallige historische, religieuze en sociaaleconomische ontwikkelingen,’ dan illustreren ze dat ze van de fond van de zaak niets begrepen hebben. Want die historische, religieuze en sociaaleconomische ontwikkelingen liggen niet aan de basis van de cultuur, ze zijn de cultuur.
En zoals de cultuur de uitdrukking is van de de materiële en dus natuurlijke omstandigheden en beperkingen of mogelijkheden waarin de mens leefde, zo zijn dus ook de normen en waarden dat. ‘Goed en kwaad, wat hoort en niet hoort’, zoals men dat in het artikel omschrijft, zijn restanten van een overlevingsstrategie die gebetonneerd werden in tradities en religies. Omdat dat de meest efficiënte manier was om do’s en dont’s door te geven aan de volgende generatie. Het werden geen rationele vaststellingen meer maar dogma’s. En vaak zijn ze dat vandaag nog.
Waar het artikel evenwel volledig de mist in gaat, is bij het impliciete uitgangspunt dat culturen homogeen en statisch zijn. Dat zijn culturen nu bij uitstek niet. Niet in ons land, niet in Hong Kong, niet in Saoedi-Arabië, niet in de VS. Culturen zijn de facto dynamisch, ze veranderen de hele tijd, juist omdat de omstandigheden veranderen.
De cultuur van de leidende klasse is niet die van de lagere klasse. Nergens. En wat wij zien als andere culturen, is doorgaans de dominante cultuur van de plaatselijke dominante klasse. Vandaar ook de fout om de islamitische cultuur of de Arabische landen als een monolitisch blok te beschouwen. Er wordt ook vandaag in Saoedi-Arabië en Bahrein elke dag een politieke strijd geleverd tegen de heerschappij van de heersende families. En die strijd was de afgelopen jaren bijzonder fel en fysiek. Wie uitgaat van monolitische culturen, ziet die dynamiek niet.
Dat je andere culturen niet kan afmeten op basis van de onze, juist omdat ze allemaal dynamisch zijn en heterocliet, betekent echter geenszins dat je nihilist zou zijn zoals de auteurs voorhouden. Het artikel spreekt vooral over ‘universele opvattingen over goed en kwaad‘ en ‘algemeen geldende normen en waarden‘ en ook dat is typisch. Want hoewel ik overtuigd ben dat er geen algemeen geldende, universele ethiek is waar iedereen zich aan te houden heeft, zijn er wel absolute rechten en vrijheden waar elke mens recht op moet hebben. Daar praat het artikel nauwelijks over, maar die zijn juist veel essentiëler dan de normen en waarden. Ik hou er in deze samenleving bijvoorbeeld mijn eigen normen en waarden op na en dat mag voor mijn part iedereen doen. Maar de rechten en vrijheden om dat te kunnen doen, die horen universeel te zijn.
Wie zich dus afzet tegen etnocentrisme, toont daarmee nog geen begrip voor het ophangen van homo’s in Iran of het besnijden van vrouwen in Ethiopië. Het tegendeel is waar: hij verdedigt – zoals ik – de rechten en vrijheden en de fysieke integriteit van Iraanse homo’s of Ethiopische vrouwen.
Daarover gaat de conclusie van het artikel dat zegt ‘je moet de stem van de vrijheid en de mensenrechten juist laten horen waar en wanneer dat nodig is. Ongeacht de plek op de wereld waar zich misstanden voordoen. Ongeacht het verzet dat je kunt verwachten.
Ook die conclusie deel ik niet, toch niet op die manier. Ik denk namelijk niet dat je dingen moet doen ‘ongeacht de plek op de wereld‘ of ‘ongeacht het verzet‘. Dat lijkt me gevaarlijk idealisme dat geen rekening houdt met de realiteit en dus het omgekeerde effect kan ressorteren.
Een goed voorbeeld daarvan is de huidige campagne tegen LGTB in Tsjetsjenië. Natuurlijk moeten LGTB alle recht hebben hun seksualiteit te beleven zoals ze verkiezen en moet de repressie – laat staan het opsluiten, martelen of doden – streng veroordeeld en tegengewerkt worden.
Maar aan de basis van de huidige repressiegolf, ligt een project van gayrussia.ru om, onder meer in Tsjetsjenië, gaypride parades te houden. In functie daarvan lanceerden ze een petitie waarbij homo’s uit die republiek hun naam opgaven. Het bevreemdende is dat de initiatiefnemers die lijst als petitie aan de Tsjetsjeense overheid overhandigd en daarmee dus de belangrijkste homo’s eigenlijk heeft uitgeleverd. Het is een bizar verhaal dat je hier kan nalezen.
Het illustreert in ieder geval dat je er bij emancipatorische strijd verstandig aan doet om juist wel rekening te houden met de ‘de plek op de wereld waar zich misstanden voordoen‘ en ‘het verzet dat je kunt verwachten‘. Anders kan je idealistische strijd precies het omgekeerde effect veroorzaken.
Wat je dus wel moet doen, ook als tegenstander van etnocentrisme, is personen en organisaties die de rechten en vrijheden van individuen en dus de emancipatie van de bevolking verdedigen, promoten en voorbereiden, concreet en daadwerkelijk steunen (desnoods in het geheim).
Maar dat doe je niet noodzakelijk door in het wilde weg te staan toeteren.
Een verhelderende kwestie in de hele discussie is de positie en functie van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens.
Die zogenaamde Universele Verklaring van de Rechten van de Mens is namelijk alles behalve universeel. Het is van oorsprong een Frans concept en document en vandaag een Europees en westers concept. Het is etnocentrisch om daarin een ‘universele’ verklaring te zien, al is dat natuurlijk erg typerend voor onze cultuur. Dat geldt bij uitstek voor de originele versie van 1789 de ‘Declaration Universelle des Droits de l’Homme et du Citoyen‘ uit de Franse Revolutie die overigens interessanter, zij het beperkter is.
Omdat die oorspronkelijke verklaring door mannen werd opgesteld, stond er bijvoorbeeld niets expliciet over vrouwen in. Ze was dus niet universeel, aangezien ze niet gold voor meer dan de helft van de bevoolking. Die problematische beperking leidde overigens tot het opstellen in 1791 van ‘La Déclaration des droits de la femme et de la citoyenne‘ door de Franse feministe, politica en schrijfster Olympe de Gouges, die twee jaar later haar hoofd verloor onder de guillotine.
Omdat de verklaring door mannen werd opgesteld, maar ook omdat ze Europees is, is ze beperkt. En dat geldt ook voor de UVRM. Die is volledig gefocust op de rechten en vrijheden van het individu en dat is een beperkte visie op rechten en vrijheden. Daardoor ontbreken een aantal rechten zoals de vrijheid van drukpers, de vrijheid van wetenschappelijk onderzoek, het stakingsrecht, het recht op eigen taal en naam. Worden evenmin vermeld: de bescherming van vrouwen tegen geweld (waaronder seksueel geweld en vrouwenbesnijdenis) of de bescherming van kinderen tegen kinderarbeid. Er wordt in de UVRM ook geen gewag gemaakt van collectieve rechten. Zo’n collectief recht is bijvoorbeeld het zelfbeschikkingsrecht van volkeren.
Interessante bedenkingen bij de ontwerptekst voor de UVRM, kwamen onder meer van de Amerikaanse Anthropologische vereniging, de (American Anthropological Association of AAA).
Zij stelden dat ‘the document would be defining universal rights from a Western paradigm which would be unfair to countries outside of that scope. The West’s history of colonialism and Evangelicalism makes them a problematic moral representative for the rest of the world.’ Ze stelden drie nota’s ter afweging op met onderliggend het concept van cultureel relativisme:
1. The individual realizes his personality through his culture, hence respect for individual differences entails a respect for cultural differences’,
‘2. Respect for differences between cultures is validated by the scientific fact that no technique of qualitatively evaluating cultures has been discovered’,
en
‘3. Standards and values are relative to the culture from which they derive so that any attempt to formulate postulates that grow out of the beliefs or moral codes of one culture must to that extent detract from the applicability of any Declaration of Human Rights to mankind as a whole.’ Het zijn interessante en belangrijke bedenkingen waarover vandaag nauwelijks nog discussie mogelijk lijkt maar die bijzonder relevant zijn, zeker in tijden waarbij hoofddoeken, het schudden van iemands hand en de zogenaamde clash of cultures de media beheersen.
Natuurlijk verdedigen we alle rechten en vrijheden die in de UVRM opgesomd staan. Ze lijken een minimum minimorum. Het gaat om basisrechten en grondrechten. Maar het feit dat er al drie versies bestaan, illustreert dat het geen definitief document is. Het is een levend document en een facet van de permanente strijd voor de emancipatie van de mens.
Dat niet iedereen de verklaring vandaag onderschrijft, is logisch. Dat was hier ook in 1948 niet het geval. Het concept werd ook hier niet door de volledige bevolking gedragen en dat is vandaag nog altijd niet het geval. Nog in 1992 verklaarde Gerolf Annemans dat het Vlaams Blok zich niet gebonden voelde door de UVRM. Zo gaat dat in culturen en samenlevingen die geen monolitisch blok zijn.
Tot slot – en in die zin ben ik deels niet alleen tegen etnocentrisme maar ook cultuurrelativerend – denk ik dat we ons in eerste instantie moeten richten op zaken waar we zelf een impact kunnen hebben. En dat is helaas niet op de Taliban, op Salman bin Abdoel Aziz al-Saoed, niet op Putin of Abu Bakr al-Baghdadi maar op onze eigen politici, op onze eigen regering en de bondgenootschappen waar we deel van uitmaken.
Wie zoals Gwendolyn Rutten graag rondbazuint dat onze samenleving en dus cultuur superieur zijn, doet er goed aan op te houden met – zoals de Belgische luchtmacht doet – bombarderen in Afghanistan, Irak, Libië en Syrië . Die bombardementen, gelieerd aan onze geostrategische keuzes en economisch beleid, verhinderen namelijk de ontwikkeling van radicaal progressieve organisaties en bewegingen die dan ook allemaal oproepen daarmee op te houden.
We veroorzaken daardoor mee zelf de radicalisering, steunen op die manier de meest obscurantistische tendensen in andere landen en weigeren dan onze verantwoordelijkheid op te nemen, maar schuiven het gemakshalve af op de achterlijkheid en vooral de onbestaande cultuur van de andere.
Als we al iets zouden moeten relativeren, dan wel het idee dat onze samenleving en cultuur superieur zijn. Ze liggen mondiaal aan de basis van erg veel problemen en een bijzonder zieke dynamiek die ons sneller dan we ons kunnen voorstellen kan meesleuren in een nieuwe wereldbrand zoals deze regio er al een drietal veroorzaakt heeft.
Advertisements

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s