Tegen de doodstraf, maar voor de Guillotine

Geschreven op 7 nov. 2017

fall of the bourgeoisie

ten geleide

Ik heb op mijn tijdlijn een artikel gepubliceerd over de Paradise Papers en ik schreef erbij: Het is een kaste en u hoort er niet bij. Ze zorgen goed voor zichzelf. Ten koste van u.
De normen, waarden en wetten die ze uitvaardigen, promoten en doen handhaven, dienen niet het algemeen belang maar dat van hen. Wat ons wordt voorgehouden, is een schertsvertoning. Als Margaret Thatcher zei ‘there is no such thing as society’, sprak ze de waarheid, al doelde ze niet op de kaste.
Ik denk aan Ramona Africa van de MOVE-organisatie, toen ze me zei:
“There is no justice in the system. So there’s no point in looking for justice in a system where there is none. The only thing you can do is expose the fact that there is no justice, so other people see it and stop looking for justice in a system where there is none.”
Ik ben tegen de doodstraf, maar voor de guillotine. Dat is namelijk geen straf, maar een middel. Die kaste moet niet gestraft worden, ze moet uit de weg geruimd. De kapitalisten doen niets verkeerd. Niet juridisch en niet volgens hun eigen moraal. Ze verdedigen gewoon hun belang. Zoiets kan je niet veroordelen of straffen. Je kan het alleen stopzetten. Hans Leenders reageerde daarop. Hij schreef: Hans Leenders Dat klink behoorlijk on-menselijk, Peter. Ik zou voorstellen om ons bestuur dan maar meteen over te leveren aan Artificiële Intelligentie met een paar algoritmes over wie er wel of niet voldoet aan “de” eisen. In dezelfde lijn voerden de nazi’s de entlösung en euthanasie op gehandicapten in. Om hun belangen te verdedigen en zaken stop te zetten. Je pleit aan de ene kant voor het afschaffen van het bestaande juridisch systeem en de huidige moraal – wat is dan de nieuwe norm? Die van jou? Is het nu niet net de taak van iedere revolutionair afkerig te zijn van ieder juridische norm of moraal dat jou in een keurslijf dwingt? Kijk naar de situatie in Royava, in Catalonië, in Syrië: die zijn niet op te lossen met het simpel “stopzetten” van de ene of de andere kant. De wereld is niet zwart-wit, en het zou bijzonder triest zijn om die daartoe te laten herleiden. Dan kom je rechtstreeks in 1984 terecht. Mijn antwoord is volgens Facebook veel te lang om het als commentaar te posten. Daarom staat het hier in de vorm van een notitie.

Vaststelling

Hans, mijn stelling is een vaststelling. Wat we weten uit de Panama Papers, uit Swiss Leaks, uit Lux Leaks en nu deze Paradise Papers, is niet illegaal. De constructies die zijn opgezet, overtreden geen enkele wet. Hetzelfde geldt overigens wat ook vele miljonairs doen die in ons land hun fortuin onderbrengen in een stichting waarvan hun kinderen eigenaar zijn zodat ze alle erfenisrechten en belastingen ontwijken: perfect legaal. Er zijn voor hun kaste talloze constructies bedacht waar ze mits het onder de arm nemen van een paar specialisten naar goeddunken uit kunnen kiezen. Je kan hen juridisch dus niets verwijten en daarom eigenlijk ook moreel niet. Ze zijn ‘verstandig‘ en ‘ondernemend‘ en ‘hardwerkend‘ en alle epitheta die het in Vlaanderen zo goed doen. Het ontweken geld is ook verdwenen. Er is geen manier om dat terug te vorderen, ook niet als onze politici of ons juridisch apparaat dat al zouden willen. Dat zijn we kwijt. En dat soort sluizen – die men eufemistisch achterpoortjes noemt – zullen ook in de toekomst niet verdwijnen, aangezien onze politici in dit kader de mond alleen vol hebben over de werkgelegenheid die de ondernemers uit goedertieren en barmhartigheid uit het niets scheppen, als waren ze goden. Onze politici ‘betreuren’ die constructies niet eens, ze ontdekken die niet plots, zoals journalisten, en ze roepen natuurlijk niet ‘schandaal!’ of ‘wraakroepend!’ zoals wij. Ze weten dat al langer. Zij zien multinationals ook niet als tegenstanders, als rondtrekkende predatoren of wildgroeiende kankers die je in bedwang moet houden. Ze zien die als noodzakelijk, als dominant, als bondgenoten en leggen dus de rode loper uit. Ze gunnen hen belastingvoordelen in ons land en laten oogluikend de constructies toe elders. En voor figuren als Kris Peeters en Johan Van Overtveldt geldt dat nog meer dan voor andere politici: zij behoren letterlijk tot de werkgeversfederatie. Dat is hun achtergrond. Dat is derhalve hun belang en hun moraal. Zij dienen geenszins het algemeen belang of de burger. Het tegendeel is waar: ze beschouwen de burgers als een asset van ons land, een asset die ze aanbieden aan de multinationals, tegen een zo laag mogelijke prijs. Ze springen met ons om zoals Facebook met de gebruikers: wij zijn niet de consument, wij zijn het kapitaal. We hebben dus niets in te brengen in dat verhaal. Zoals Facebook ons niet dient, zo ook dienen politici niet ons. Wij dienen de economie. Het is de reden waarom onze lonen omlaag moeten, zowel de directe als de indirecte. Die vormen namelijk het variabel kapitaal in de formule van de winstvoet: de enige variabele in die formule en dus de enige die voor aanpassing vatbaar is. Los van welke moraal ook. Want die winstvoet moet omhoog en alleen een daling van het variabel kapitaal kan dat realiseren. Dat is de vaststelling. Het heeft derhalve geen zin om de strijd tegen multinationals of kapitalisten te voeren op juridisch of moreel vlak. Vandaar ook mijn conclusie: het enige dat we kunnen doen, is dat stopzetten.

Noodzakelijk kwaad en hoger goed

Mij lijkt dat een noodzaak, vanuit het oogpunt van het algemeen belang, dat van de meerderheid. Want ik ga er tot nader order nog altijd van uit dat wat we zien een klassenstrijd is, in de meest heldere vorm: de kapitalisten tegen werknemers/werkers/proletariaat. Het is de strijd om de macht van zij die leven van de opbrengst van de rente van hun kapitaal tegen zij die afhankelijk zijn van de verkoop van hun arbeid. Alle ‘papers‘ enerzijds en besparingsmaatregelen anderzijds, zijn terug te brengen tot die essentie. Ze zijn twee kanten van dezelfde medaille. En het moge duidelijk zijn welke klasse die strijd sinds de jaren zeventig wint. Onze klasse had het hoogste woord van ’45 tot ’73, sindsdien hebben zij het voortouw genomen. De vraag hoe je dat stopzet, heeft natuurlijk niets te maken met het vermoorden van kapitalisten, met de guillotine of met eugenetica en nazisme. Het heeft te maken met een belangenstrijd waarvoor we de middelen moeten inzetten die ons ter beschikking staan. En misschien verschillen we vooral daar van mening: dat kunnen mijns inziens namelijk niet louter wettelijke middelen zijn. Juist omwille van mijn bovenstaande vaststelling: zowel de opgezette financiële structuren als de manier waarop die tot stand zijn gekomen, zijn wettelijk. Het hele wettelijke kader dient daar ook voor. Het is de essentie van de burgerlijke democratie: ze dient niet de burger maar de bourgeoisie. Dit soort democratie, uitgevonden in de 19de eeuw, is niet opgezet om het protesterende proletariaat de macht te geven over de politieke instellingen of de economie, maar juist om haar van die macht weg te houden. De staatsinstellingen binnen een kapitalistisch systeem zijn georganiseerd ten voordele van de in omvang kleine, bezittende klasse, die binnen dat systeem over het kapitaal en dus de economische macht beschikt. Hoewel er in de politieke retoriek een democratisch bestel bestaat, verdedigt deze democratie in praktijk steeds de belangen van de dominante (burgerlijke) klasse. Deze automatische belangenbehartiging voltrekt zich niet in de eerste plaats middels het gewelddadig, repressief opleggen van de wil van de heersende economische klasse, maar vanwege de intrinsieke organisatie van het systeem met zijn representatieve politieke instituties. De (economische) macht van de burgerij is dus ‘geïnstitutionaliseerd’. De oorzaak van deze belangenbehartiging van de rijke klasse via het politieke systeem bestaat in de aard van de relatie die de politieke macht binnen het kapitalisme onderhoudt met de economische macht. Het is de huidige hegemonie waarbij ook de cultuur en dus de moraal de uitdrukking zijn van die machtsverhouding. Zoals we weten is de heersende cultuur namelijk de cultuur van de heersende klasse. Dat laatste verklaart ook waarom zoveel mensen tegen hun eigen belang stemmen. Derhalve denk ik dat het politieke, wettelijk en morele kader niet bruikbaar zijn om aan dit en andere dwingende problemen het hoofd te bieden. Want door die culturele hegemonie en de structuur van de politieke besluitvorming, is er geen radicale breuk met de huidige praktijken mogelijk, hoe noodzakelijk ook. Dat maakt me een revolutionair: de conclusie dat we de belangenstrijd in essentie moeten voeren buiten de ons opgelegde beperkingen, dat de strijd om de macht niet ligt in een electorale strijd.
Ik koester sinds het Griekse referendum in 2015 namelijk niet langer de naïeve hoop dat die politieke strijd om de macht binnen de huidige structuren een oplossing kan bieden voor de problemen waarmee we zitten. Tot dat moment leefde ik in de illusie dat het kon volstaan om in eigen land een politieke herschikking ter linkerzijde te bewerkstelligen, zoals men in Griekenland met Synaspismos en later Syriza had gedaan, om met een niet revolutionair programma en een uitgekiende communicatiestrategie naar de kiezer te trekken, een regering te vormen, de bevolking te mobiliseren en zo een overgangsprogramma te realiseren. Een beetje zoals ook de Partido Socialista Unido de Venezuela voordien al had gedaan. Je voert – in de stijl van de oude sociaaldemocraten – een antikapitalistische koers en implementeert via de burgerlijke democratie socialistische praktijken. We hebben in Griekenland gezien hoe dat is afgelopen na de massale mobilisatie van het volk bij het referendum. In Venezuela blijft het nog afwachten, maar mij lijkt het dat je geen socialistische koers kan varen in een kapitalistisch land en binnen de limieten van de burgerlijke democratie. Je moet van je land een socialistisch land maken en dat betekent dus de facto buiten de wettelijke beperkingen van de burgerlijke democratie treden. Dat betekent natuurlijk niet dat je anti- of ondemocratisch handelt: er zijn andere vormen van democratie mogelijk en die moet je opbouwen. Dat is de parallelle tegenmacht. Daarvan waren de Sovjets een goed voorbeeld. Het is waar ik eigenlijk ten gronde nog altijd voor sta en in geloof: de mogelijkheid en noodzaak om op alle niveaus in de samenleving comités te creëren die democratischer zijn dan de burgerlijke verkiezingen, de uitdrukking zijn van de belangen van die bevolkingsgroep, die hen verenigen en organiseren en die hen de politieke middelen in handen geven om ze te realiseren.

Hun moraal en de onze

Als iets dergelijks zich ontwikkelt – zoals we ten tijde van de Witte Comités in embryonale vorm zagen – dan verandert automatisch ook de moraal van de betrokkenen. We hebben dat op kleinere schaal bij onszelf kunnen vaststellen met Solidarity for All. Aanvankelijk ging het om goedbedoelde liefdadigheid, maar bij heel wat betrokkenen heeft het ook geleid tot inzichten, nieuwe relaties en een andere manier van met elkaar omgaan. Ook daar zag je de kiem van zo’n soort comité. Want moraal is een dynamisch proces. Het is geen vaststaand gegeven, maar een zich ontwikkelend inzicht dat voortkomt uit de ons omringende en veranderende realiteit. We hanteren niet meer dezelfde moraal als tien, vijftig of honderd jaar geleden, gelukkig. En dat zal binnen tien, vijftig en honderd jaar eveneens niet meer het geval zijn. Er bestaat dus niet één moraal die onveranderlijk blijft, er zijn er diverse die aan verandering onderhevig zijn. En natuurlijk houdt de bourgeoisie er een andere moraal op na dan het proletariaat, al moet gezegd dat door de verburgerlijking van dat proletariaat ook hun moraal erg burgerlijk is geworden. Maar voor mij blijft wel overeind dat de burgerlijke moraal niet de onze moet zijn. In hun moraal is het perfect aanvaardbaar dat zij miljarden naar Barbados of Bermuda versluizen en dat een gepensioneerde bomma moet rondkomen van geen 900€ per maand. In hun moraal is het perfect legitiem dat ze in hun jacht nog een garage hebben voor hun kleine jacht en dat ze meer dan 100€ per maand afromen van het pensioen van iemand die sinds zijn 15de heeft gewerkt. Ze vinden het logisch dat ze zich haar laten implanteren of borsten of zich laten volpompen met nieuw bloed van teenagers om veroudering tegen te gaan, terwijl wij bij gebrek aan geld onze kiezen moeten laten trekken omdat dat goedkoper is dan een onbetaalbare endodontische behandeling die niet terugbetaald wordt door de ziekteverzekering. Zij vinden het volstrekt logisch dat ze honderden huizen kunnen bezitten, laten leegstaan ter speculatie terwijl mensen doodvriezen voor de stoep in dezelfde straat. In functie van die speculatie en hun winstmaximalisatie stemmen ze dan een wet die kraken verbiedt terwijl er meer leegstaande huizen zijn dan daklozen. Dat is hun moraal en die is wettelijk verankerd, ze is hegemonisch dominant en die moeten we radicaal en zonder de minste bekommernis omver werpen en er de onze tegenover stellen. Ik citeer in dit verband graag Trotsky toen hij in 1936 ‘Hun Moraal en de Onze’ publiceerde: “In een tijdperk van triomferende reactie beginnen de heren democraten, sociaaldemocraten, anarchisten en andere vertegenwoordigers van het ‘linkse’ kamp een dubbele hoeveelheid moraal uit te wasemen, net zoals mensen die uit vrees zeer sterk beginnen te zweten. Deze moralisten wenden zich, terwijl zij met hun woorden een nieuwe uitleg aan de Tien Geboden of de Bergrede geven, niet zozeer tot de triomferende reactie, als wel tot de revolutionairen, die onder hun vervolging lijden en die met hun ‘excessen’ en ‘amorele’ principes de reactie ‘provoceren’ en daardoor de reactie een morele rechtvaardiging voor haar optreden geven. Bovendien schrijven zij een eenvoudig, maar zeker middel voor om de reactie te ontlopen: men moet tot inkeer komen, en zichzelf in moreel opzicht vernieuwen. Voorbeelden van zedelijke volmaaktheid worden door alle belanghebbende redacties gratis uitgedeeld aan ieder die dit wenst. De klassengrondslag van deze valse en opgeblazen preken is de kleinburgerlijke intelligentsia. De politieke grondslag is hun onmacht en verwarring tegenover de aanval van de reactie. De psychologische grondslag is hun streven om het gevoel van eigen tekortkomingen, door middel van een aangeplakte baard te overwinnen. Een geliefde handigheid van de moraliserende kleinburger is de houding van de reactie gelijk te stellen aan die van de revolutie. Hierbij heeft hij alleen succes als hij daarbij steunt op formele analogieën. Tsarisme en bolsjewisme zijn voor hem tweelingen. Tweelingen kan men ook zien in fascisme en communisme. Men kan een lijstje van gemeenschappelijke trekken tussen het katholicisme — of juister het jezuïetendom — en het bolsjewisme opstellen.”

voor de revolutie

Vraag is of en in welke mate buiten het politieke, juridische en morele kader treden legitiem is. En wat binnen dat nieuwe legitieme paradigma dan de gehanteerde moraal wordt. Revoluties zijn uit de aard van de zaak illegaal. Elke voorlopig bewind is dat. Die creëren namelijk zelf het legale kader waarbinnen ze opereren. Ze schrijven zelf de grondwetten of sociale contracten waarmee ze zich legitimeren. Maar ze verschillen met een staatsgreep omdat ze een inherente legitimiteit hebben die de burgerlijke democratie en staatsgrepen of dictaturen niet hebben: ze zijn namelijk de uitdrukking van de wil van de meerderheid. Je kan namelijk geen revolutie hebben van een minderheid tegen de meerderheid. Je kan met een minderheid wel de macht over de staat veroveren, maar dat maakt het geen revolutie. Revoluties zijn dus altijd gelegitimeerd, ook als ze buiten het politieke en juridische kader treden. Dat betekent dat ook de revolutionaire moraal door die meerderheid gelegitimeerd wordt en dat de meerderheid het nodig, opportuun en correct vindt om bijvoorbeeld geweld te gebruiken om haar wil aan de minderheid op te leggen. Het is een beetje de essentie van een revolutie: als de grootste klasse binnen een staat met militaire middelen de macht over die staat verovert. Je kan jeremiëren over die militaire middelen. Ik ben zelf geen wapenfreak, ik heb geen legerdienst gedaan, frequenteer geen schietclubs en mijn lichamelijke constitutie laat me niet echt toe om me fysiek te trainen en voor te bereiden op het gebruik van geweld. Ik ben er dus veeleer bang van dan dat ik er voorstander van ben. Bovendien heb ik als journalist wel wat geweld ervaren en kan ik zeggen dat ik erdoor getraumatiseerd ben. Ik roep er dus niet toe op, al was het maar om me een nieuw proces te besparen voor de oude op zijn. Maar ik ben me er terdege van bewust dat het monopolie van geweld dat vandaag bij de staat ligt, niet dient om onze fysieke integriteit of onze eigendommen te beschermen, maar om de ‘openbare orde’ te handhaven. En onder die openbare orde moet men niet het tegendeel verstaan van wanorde of chaos, maar de status quo. De gewapende arm van de staat dient letterlijk geen ander doel dan de bescherming van de politieke structuren en derhalve ook van de economische verhoudingen. En tenzij we de mensen die die gewapende macht uitmaken er individueel en persoonlijk van kunnen overtuigen dat ze niet die politieke structuren, niet die machtsverhoudingen en niet de status quo maar de bevolking dienen te beschermen, blijft, zoals Friedrich Engels schreef ‘de staat in laatste instantie een bende gewapende mannen‘. Ik maak me dan ook geen enkele illusie over het feit dat die gewapende bende bereid is om op de eigen bevolking te schieten indien de status quo, de politieke instellingen of de economische verhoudingen in het gedrang komen, bijvoorbeeld door massale opstanden en protesten. Het is namelijk hun taak en ze hebben in het verleden en in zowat alle landen aangetoond dat ze die ter harte nemen. Toch zolang ze een redelijk loon, een eigen pensioenstelsel, een aantal voordelen en zicht op sociale promotie krijgen. Als ze dat niet hebben, kiezen ze soms eieren voor hun geld en de kant van het volk en kan je een geweldloze revolutie doorvoeren zoals in Portugal in 1974. Maar dat is zeldzaam. Dat de politie in ons land een eigen pensioenregeling heeft die verschilt van die van andere ambtenaren, is geen toeval. In alle andere gevallen zullen de politieke en economische machthebbers geweld inzetten ter bescherming van wat zij dan de constitutionele orde noemen. Het is in functie daarvan dat politiehervormingen, wetten tegen activisme, langere duur van gerechtelijke arrestatie, zwaardere bewapening en uitbreiding van de korpsen dienen. Het is ook in dat kader dat een aantal activiteiten die tot voor kort bij de politie hoorden, geprivatiseerd worden. Hier en in zowat alle landen. Want vroeg of laat explodeert de sluimerende woede en als die zich niet vindt in een politieke uitdrukking, vindt ze zich op straat. Dan ontstaat daar de politieke uitdrukking. Men kan op moralistische of persoonlijke gronden natuurlijk tegen geweld zijn. Ik ben er zoals gezegd ook geen voorstander van. Anders zou ik het wel toepassen want zoals de CCC heeft aangetoond, kan je dat namelijk ook aanwenden als amateur. Maar zoals de CCC tegen haar eigen analyse ook heeft aangetoond, is dat soort gewapende propaganda contraproductief. Ze genereert het tegendeel van wat ze beoogt. Dat zijn op dat gebied belangrijke lessen uit de jaren zeventig en tachtig. Maar of men nu principieel tegen geweld pleit of er genuanceerder naar kijkt, man kan niet naast de vaststelling dat het bestaat en gebruikt wordt. Ook en vooral door zij die er het meest tegen waarschuwen en die ons voorhouden dat geweld geen oplossing is. Met name onze politici zelf. Ze veroordelen het gebruik van geweld als politiek instrument, maar verhogen ons defensiebudget, kopen nieuwe jachtbommenwerpers met nucleaire capaciteit en sturen onze F16s naar Afghanistan, Irak, Syrië en Libië om daar te gaan bombarderen. Als dat soort mensen het gebruik van geweld als politiek middelt veroordeelt, zijn ze hypocriet. Ze vinden geweld als middel prima. Maar alleen als ze dat zelf mogen gebruiken. Het doet wat denken aan een autoritaire vader die zijn zoon een paar lappen tegen zijn oren geeft omdat die laatste gevochten heeft op de speelplaats. Hij wil met geweld zijn kind tot inzicht brengen dat geweld niet aanvaardbaar is/ Zo zal ook de politie met rubberkogels, traangas en waterkanon en matrak de betoger duidelijk maken dat geweld onaanvaardbaar is om de status quo te veranderen. Ze zeggen daarmee ook dat geweld wel aanvaardbaar om diezelfde status quo te behouden. Dat is hun moraal. Dat een groot deel van de bevolking daarin meegaat, heeft natuurlijk alles te maken de culturele hegemonie waar ik eerder over sprak. We worden dagelijks om de oren geslagen door moralisten die zelf belangen hebben in wapenbedrijven, die wapens aankopen en verkopen en die ook inzetten als ze dat opportuun vinden. Ik vind dat soort moraal verwerpelijk.

Geweldig!

Wie een politiek project naar voor schuift dat democratisch gelegitimeerd is en de belangen van de meerderheid dient, moet zich rekenschap geven van die realiteit: geweld is, los van onze mening daarover. Mijns inziens legitimeren de klimaatcrisis, de economische crisis, de politieke en sociale crisis radicale maatregelen, ook als die strikt gezien politiek en juridisch onwettelijk zijn. Ik denk dat je sommige bedrijven bijvoorbeeld mag saboteren als ze blijven vervuilen. Ik denk dat je files mag veroorzaken om de luchtverontreiniging of gedode fietsers aan te klagen. Ik denk dat je wapenproducenten mag platleggen als je daarmee de wapenbevoorrading van een land in oorlog verhindert. Ik denk dat je huizen mag kraken om woningnood op te lossen. Ik heb kortom lak aan de burgerlijke wetgeving die niet in het algemeen belang is en dus ook aan de burgerlijke politieke instellingen. Ik weet uit ervaring dat de politie je desnoods met geweld zal verhinderen te doen wat je denkt te moeten doen. Maar alleen zolang zij met meer zijn en over meer en betere uitrusting beschikken. Zodra activisten met meer zijn, beter georganiseerd en over de offensieve of defensieve middelen beschikken om de politie ervan te weerhouden de status quo te beschermen, valt de status quo. Dat geldt ook voor andere streken en projecten, zoals Rojava of Catalonië of Iraaks Koerdistan. En er is tussen die projecten overigens een belangrijk verschil dat mijn argument staaft: want noch Catalonië noch Iraaks Koerdistan zijn bij machte gebleken hun politiek project te verdedigen omdat ze daar de militaire middelen niet toe hebben. Ze hebben de politieke middelen, de democratische legitimiteit, maar ze delven het onderspit op het moment dat de Spaanse Guardia Civil als gewapende arm van de staat met geweld tussenkomt. Of op het moment dat het Iraaks leger hun stad binnenvalt. Dat is in Rojava anders: zij hebben militaire zelfverdedigingseenheden opgericht die op militaire wijze hun maatschappelijk en politiek project verdedigen. Het is louter daarom dat het project überhaupt nog bestaat en dat ze het in de praktijk tegen Islamitische Staat hebben kunnen verdedigen en ze het nu kunnen uitbreiden. Die militaire arm is een essentieel onderdeel van hun maatschappelijk project en het is er tevens de voorwaarde toe. Betekent dat alles dat we de kapitalisten moeten ophangen met het touw dat ze ons zelf verkopen? Wil dat zeggen dat er ergens een coöperatieve timmerwerkplaats moet beginnen met de bouw van guillotines? Wil dat zeggen dat we uiteindelijk het respect voor de fysieke integriteit van onze tegenstanders laten varen en hen standrechtelijk mogen executeren? En als we op dat hellend vlak zitten, mogen we hen dan in afwachting van die executie misschien wat martelen? Een klein beetje maar? Is dat dan onze nieuwe moraal? Neen, natuurlijk niet. Ik denk dat alle mensen, ook politieke tegenstanders, recht hebben op respect voor hun fysieke integriteit. Althans: zolang ze zichzelf niet als onze vijand bekennen. Een tegenstander kan je verslaan zonder geweld: door politieke macht, door de massale opstand, door omsingeling, soms door argumenten. Maar een vijand die zelf zijn wapen op je richt, bekamp je niet met argumenten. Die bekamp je met wapens zodat je de bedreiging uitschakelt. Wie jouw fysieke integriteit niet respecteert, verdient ook dat respect niet. Zelfverdediging is gerechtvaardigd. En gezien de lessen die de geschiedenis ons leert, kan je je daar maar beter op voorbereiden.

Geweldsdreiging

Daaraan gekoppeld is het dreigen met geweld natuurlijk wel een beschaafd middel om je politieke visie en je belangen te verdedigen. Daar is iedereen het over eens. Daarom hebben we kernraketten in Kleine Brogel, daarom krijgt de politie oorlogsmunitie, daarom staan er soldaten op straat en daarom kopen we jachtbommenwerpers op de poef. Dreigen met geweld is de normaalste zaak ter wereld. Het is ook efficiënt. Ik vind het dus wel een goed idee om een guillotine te zetten voor de hoofdkantoren van Ageas, Janssen Pharmaceutica en Nike. Of voor het ministerie van Johan Van Overtveldt, de partijhoofdkwartieren van Open-VLD, MR en N-VA. Ook als dat mes misschien van zilverpapier is en het mechanisme niet echt functioneert. Er hoeven geen koppen te rollen als vreedzame revolutie mogelijk is. Maar die revolutie is wel noodzakelijk.

En wie vreedzame revolutie onmogelijk maakt, maakt gewelddadige revolutie onvermijdelijk.

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google photo

You are commenting using your Google account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s